
Schofthoogte:
Ongeveer 28 cm.
Gewicht:
1. Onder de 2,5 kg voor de reuen en teven.
2. Van 2,5 tot 4,5 kg bij de reuen en van 2,5 tot 5 kg bij de teven.
Het minimumgewicht is 1,5 kg.
Verschijning:
Een luxe dwergspaniël van normale en evenredige bouw, langharig, met een snuit
van middelmatige lengte, korter dan de schedel, levendig, bevallig maar toch
fors, fiere houding, vlotte en elegante gangen. Het lichaam is iets langer dan
hoog.
Hoofd:
Schedel: zomin in zijzicht als in voorzicht mag de schedel te veel afgerond
zijn, vertoont soms een lichte aanduiding van de
voorhoofds-groeve.
Stop: een tamelijk sterk aangeduide inzinking.
Bij de zwaarste honden is deze
inzinking minder opvallend, bij de kleinere honden is zij meer uitgesproken,
zonder nochtans een plotselinge breuk te vormen.
Snuit: korter dan de schedel, zijdelings niet te veel uitgediept, hij mag niet
opwippen.
Neus: rechtlijnig.
Ogen:
Tamelijk groot, wijd geopend, zeer groot amandelvormig, maar niet
uitpuilend, tamelijk laag in het hoofd geplaatst, de binnenhoek ervan moet zich
op de snijlijn van snuit en schedel bevinden.
Donker van kleur en vol van uitdrukking; de oogleden zeer pigmentrijk.
Oren:
Het weefsel ervan is tamelijk fijn, maar toch stevig.
Zomin bij de honden met opstaande oren, als bij de honden met hangende oren mag
de oorlel niet in een te scherpe punt eindigen.
De oren zijn tamelijk ver naar achter in de schedel ingeplant en staan op
voldoende afstand van elkaar, om de licht ronde vorm van de schedel te doen
uitkomen.
De variëteit met de neerhangende oren wordt NACHTVLINDERHONDJE (Phalène)
genoemd.
De oren zijn hoog aangezet, merkelijk hoger dan de lijn van de ogen, zij worden
hangend gedragen en zijn tamelijk beweegelijk.
Zij zijn bedekt met golvende haren, die zeer lang kunnen worden en dan aan het
hondje een schattig uitzicht geven.
De variëteit met de opstaande oren wordt VLINDERHONDJE (Papillon) genoemd.
De oren zijn hoog aangezet, de oorschelpen wijd geopend en naar buiten gericht;
de binnenrand van de ooropening vormt een hoek van ongeveer 45° met waterpas.
In geen geval mogen de oren rechtstandig gedragen worden, want dit herinnert aan
de oordracht van de dwergkees en dit moet met nadruk vermeden worden.
De binnenkant van de oorschelp is met fijne, dunne, golvende haren bekleed.
De langste ervan moeten iets buiten de oorrand uitsteken; de buitenkant
daarentegen is bedekt met lange haren, die afhangende franjes vormen en die de
oorranden ver overschrijden.
Het kruisen van de twee variëteiten geeft dikwijls hondjes met halfstaande oren, waarvan de punten neerhangen. Deze gemengde vorm van oordracht is een zeer zware fout.
Mond:
Lippen: zeer pigmentrijk, fijn en vastsluitend.
Gebit: tamelijk zwaar en goed op een normale wijze sluitend.
Tong: mag niet zichtbaar zijn; indien zij steeds uitsteekt of niet ingetrokken
wordt wanneer men de tong met de vinger aanraakt, is dit
een fout.
Hals:
Middelmatig lang, de nek iets gewelfd.
Voorhand:
Schouderblad: goed ontwikkeld, vast aanliggend tegen de romp.
Opperarm: even lang als het schouderblad; met elkaar verbonden door een normale
hoek; vast aanliggend tegen de romp.
Pols: van terzijde gezien is de pols iets merkbaar.
Lichaam:
Ruglijn: niet te kort, noch gewelfd, noch ingezakt, zonder nochtans vlak te
zijn.
Lendenen: krachtig, licht gewelfd.
Borst: breed, tamelijk diep.
De borstomtrek: genomen aan de twee laatste ribben moet ongeveer gelijk zijn aan
de schofthoogte.
Ribben goed gewelfd.
Buik: licht opgetrokken.
Achterhand:
Spronggewrichten: normaal gehoekt.
Voeten:
Tamelijk lang, de zogenaamde “hazenvoeten”, goed op de zolen steunend.
Stevige nagels, bij voorkeur zwart, lichter van kleur bij de hondjes met bruine
of witte vacht.
(Witte nagels bij witte hondjes of bij witbehaarde ledematen zijn geen fout,
voor zover de hondjes voor het overige goed gepigmenteerd zijn).
De tenen zijn beweegelijk, met stevige zolen goed behaard tussen de tenen, met
fijne puntjes, die voor het uiteinde der voeten uitsteken en er een punt vormen.
Beweging:
Fier, vrij, ongedwongen en sierlijk.
Staart:
Tamelijk hoog aangezet, eerder lang, overvloedig bevederd zodat een zeer mooie
pluim gevormd wordt.
Als het hondje aandachtig is, wordt de staart omhoog gedragen in de lijn van de
ruggegraat, maar zodanig gebogen, dat de punt de rug raakt.
Nooit mag hij opgerold of vlak over de rug liggend gedragen worden.
Kleur:
Alle kleuren zijn toegestaan, op een zuivere witte fondkleur.
Op het lichaam en op de ledematen moet het wit overheersend zijn op de kleur.
Gewenst is een min of meer brede voorhoofdsbles, die zuiver wit is.
Wit op het onderste gedeelte van het hoofd is toegestaan, maar een hoofd waarvan
het wit overheersend is, is foutief.
In elk geval moeten de lippen, de oogomranding en vooral de neusspiegel
gepigmenteerd zijn.
Vacht:
De vacht, zonder onderhaar, is overvloedig, glanzend, golvend (niet te verwarren
met gekruld), niet zacht, maar integendeel iets verend, met zijdeachtige glans.
Het haar is vlak ingeplant, op zichzelf tamelijk fijn, maar iets opverend door
de golvingen.
Het uitzicht van de vacht heeft iets weg van deze van de Engelse dwergspaniëls
maar is wel verschillend van deze van de Pekingezen. Anderzijds mag de vacht in
geen enkel opzicht gelijken met deze van de dwergspitsen.
De vacht is kort op de snuit en op het voorhoofd, de voorzijde van de ledematen
en onder het spronggewricht.
Zij is van middelmatige lengte op de romp, verlengt zich rond de hals, waar zij
een kraag en een golvende borstveer vormt.
Er zijn franjes aan de oren en aan de achterkant van de voorpoten.
Aan de achterkant van de dijen spreidt zij zich uit in zachte haarlokken, die
een broek vormen.
Er mogen zich fijne haarlokken tussen de tenen bevinden, welke mogen uitsteken,
voor zover zij de voeten niet verzwaren, maar integendeel verfijnen door hen te
verlengen.
Als maatstaf kan worden aangegeven, dat sommige hondjes in een goede
vachtconditie een haarlengte hebben van 7,5 cm aan de schoft en staartfranjes
van 15 cm.
Fouten:
Een vlakke schedel, appelvormige of gewelfde schedel (zoals bij de Engelse
dwergspaniëls).
Uitsluitingen: Roze, of met roze vlekken getekende neusspiegel. Zo ver onder- of bovenvoorbijten dat de snijtanden elkaar niet meer raken. Een verlamde of steeds zichtbare tong.
NB:
Reuen: twee testikels moeten goed ingedaald zijn in het scrotum.
Rasstandaard: Papillon en Phalène Club Nederland.
Foto Epagneul Nain Papillon: Bollie.
Meer informatie:
Hondenland.nl: http://www.hondenland.nl
Hondenrasseninfo: http://www.hondenrassen.info
Hondeninfo: http://www.hondeninfo.net