
Oorsprong:
Duitsland.
Datum van publicatie van de geldende originele standaard: 25-10-2000.
Gebruik: Veelzijdige Jacht Gebruikshond.
Kwalificatie FCI: Groep 7 Staande Honden.
Sectie 1.2 Continentale Staande Honden, Spaniel type met Werktest.
Kort historisch overzicht:
In de
langharige jachthond is het bloed van de Vogel-,Havik-, Waterhonden en Brakken
verenigd en daarmee de aanleg voor grote veelzijdigheid voorhanden.
Vanaf het jaar 1879 wordt het ras zuiver gefokt en worden de wezenlijke
raskenmerken vastgelegd.
In 1897 stelde Baron von Schorlemer de eerste raspunten voor de Duitse Staande
Langhaar (DSL) samen en legde daarmee de basis voor de huidige fokkerij.
Uiterlijke
verschijningsvorm:
Krachtige,
gespierd, diepe borstkas, vloeiende belijning.
Bij kleinere honden moet veel substantie geëist worden.
Al te zware en daarbij trage honden zijn niet gewenst.
Belangrijke Maatverhoudingen:
Vang
en schedel evenlang; hond achter niet overbouwd; schouder iets hoger dan kruis.
Gedrag
en Karakter:
Evenwichtig,
rustig, ingehouden temperament, goedaardig, makkelijk te houden.
Hoofd:
Aan
het mooie Langhaar hoofd moet bijzondere waarde worden gehecht.
Van adel getuigend, lang gestrekt.
Schedel: licht gewelfd.
Stop: overgang
van voorhoofd naar neusrug geleidelijk, niet met een scherpe hoek.
Neusspiegel: bruin,
lichte schimmelvlekjes toegestaan.
Neusrug: licht
gewelfd, niet te smal.
Wangen: geen
te zware jukbeenderen.
Ogen:
Kleur: bruin, zo donker mogelijk.
Oogleden dicht tegen de oogbol aanliggend, zonder
zichtbaar bindvlies.
Ogen noch te diep liggend,noch uitpuilend.
Oren:
Niet te laag aangezet, licht naar voren gedraaid.
Mond:
Bovenlip: niet te veel overhangend.
Kaken/tanden: niet overmatig fijn.
Volledig en uitstekend gebit met 42 tanden.
De snijtanden boven
moeten scharend over de snijtanden onder sluiten.
Hals:
Krachtig
en goed gevormd, zonder plooien in vloeiende belijning naar de borst verbredend:
niet te kort.
Voorhand:
Opperarm, onderarm, middenhand: dienen, bij de hond in stand en van voren
gezien, bij benadering een loodrechte lijn te vormen.
Schouders: goed
aanliggend, van opzij gezien en in rust, moeten schouderblad en opperarmbeen
nagenoeg een rechte hoek vormen.
Ellebogen: goed
aanliggend.
Polsgewricht: licht
doorgebogen.
Middenhand: niet
geheel recht.
Lichaam:
Rug: recht,
stevig, niet te lang.
Lendenpartij: zeer goed gespierd.
Kruis: lang, matig hellend.
Borst: voorborst aanwezig: borstkas breed en diep, minstens tot aan de ellebogen reikend.
Achterhand:
Van
achteren gezien moeten het heupbeen, het dijbeen, het scheenbeen en de
middenvoet bij benadering een loodrechte lijn vormen.
Spronggewricht: goede
hoeking is zeer belangrijk.
Wolfsklauwen: moeten
direct na de geboorte verwijderd worden.
Staart:
Geen
"vrolijke" staart.
Hij moet gestrekt gedragen worden met het laatste
éénderde deel licht opwaarts gebogen.
Voeten:
Voor
en achter ruwe en stevige voetkussens.
Beweging:
Uitgrijpende
beweging met goed stuwing vanuit de achterhand.
Huid:
Strak
en zonder plooien het lichaam omsluitend.
Beharing:
Het is van het grootste belang: noch overvloedige haargroei, noch al te kort haar.
Op de rug en de flanken behoort het haar van
Aan de onderkant van de hals, aan de borst en aan de buik
mag de beharing langer zijn.
Buik: goed
behaard.
Oren:
beharing
golvend en overhangend.
Staart: met
goede vlag en tot aan de staartpunt behaard.
Achterkant
voorbenen: behaard
(bevedering)
Achterkant
achterbenen: behaard
(broek)
Onder
het spronggewricht: haar
beduidend korter. Teveel franje is niet gewenst. Tussenruimten tussen de tenen
dicht en kort behaard.
Hoofd: haar
belangrijk korter, maar in elk geval langer dan bij de Duitse Staande Korthaar.
Kuifvorming
op de schedel is ongewenst. De zgn Petruslok
Op
het lichaam: is
het haar sluik, en stevig, glad of licht golvend, vast aanliggend. Dicht met
goede onderwol.
Haarkleur:
Eenkleurig Bruin.
Bruin met wit of schimmel aftekening
(speciaal aan borst en poten).
Donkerschimmel (met grotere of kleinere
donkerbruine platen: bruin hoofd, eventueel met bles, vlek of ster).
Lichtschimmel (met grotere of kleinere
donkerbruine platen: bruin hoofd, eventueel met bles, vlek of ster).
Forelschimmel (veel kleine bruine vlekken op
witte ondergrond: bruin hoofd, eventueel met bles, vlek, of ster).
ruin-Wit (ofwel zuiver Bruin-Wit, of met
heel weinig kleine bruine vlekken, grote bruine platen, met zadel of mantel,
bruin hoofd.eventueel
met bles, vlek, of ster).
Sporadisch
kan gele brand als erfenis uit oeroude brakken afstamming voorkomen.
Fouten:
Elke
afwijking van de voorgenoemde punten moet als fout worden beschouwd.
De
waardering ervan moet in juiste verhouding staan tot de mate van de afwijking.
Ogen: licht
Haviksoog, scheve stand der ogen.
Behang:(oren) behang dat niet aan de wangen aanligt (open oren) lederenden.
Gebit: ernstige missers, onder, bovenbeet, kruisgebit.
Rug: zadelrug, karperrug.
Borst: tonvormig, te smal.
Staart: krulstaart, haakstaart.
Voorhand: hoek tussen schouderblad en opperarmbeen te open, middenhand te recht.
Achterhand: koehakkigheid, tonvormigheid.
Voeten: spreidvoeten, katten of hazevoeten.
Beharing: te lange baardharen, borstelige wenkbrauwen, kroeshaar.
Uitsluitende
(diskwalificerende) fouten:
Uiterlijke
verschijningsvorm: honden met gebrekkige beenderensubstantie en onvoldoende
bespiering.
Hoofd: honden met van het type afwijkende kopvormen.
Ogen: ectropion (naar buiten gedraaid ooglid).
Entropion (naar binnen gedraaid ooglid).
Ook gecorrigeerde ooglidfouten.
NB:
Reuen
moeten over twee zichtbaar normaal ontwikkelde en volledige in het scrotum
ingedaalde testikels beschikken.
Rasstandaard ontvangen van: Wiebe van der Veen (http://www.duitse-staande-langhaar.nl)
Foto: Bess 1 jaar 9 maanden.
Meer informatie:
Hondenland.nl: http://www.hondenland.nl
Hondenrasseninfo: http://www.hondenrassen.info
Hondeninfo: http://www.hondeninfo.net